Zonnepanelen installeren

Wanneer mag je zonnepanelen installeren zonder vergunning?

Wil je zonnepanelen installeren op je dak? Dan is er normaal gesproken geen vergunning nodig, tenzij je een monument hebt of in een beschermd dorps- of stadsgezicht de panelen wilt plaatsen. Een vergunning is niet nodig als je onderstaande regels in acht neemt.

Voorwaarden voor installatie van zonnepanelen

Het zonnepaneel moet een geheel vormen met de installatie voor het opwekken van elektriciteit als deze buiten op het dak wordt geplaatst. Of de technische installatie (omvormer) moet binnen in het betreffende gebouw worden geïnstalleerd worden.

Komt het zonnepaneel op een schuin dak, dan geldt dat:

  • het zonnepaneel niet mag uitsteken buiten het dakvlak en moet dus aan alle kanten binnen het vlak van het dak blijven,
  • het zonnepaneel in of direct op het dakvlak moet worden geplaatst,
  • de hellingshoek van het zonnepaneel hetzelfde moet zijn als die van het dakvlak waarop het staat;

Wordt het zonnepaneel op een plat dak geplaatst, dan geldt dat het zonnepaneel ten minste net zo ver verwijderd moet blijven van de dakrand als het zonnepaneel hoog is. Is het hoogste punt van het zonnepaneel bijvoorbeeld 60 centimeter, dan moet de afstand tot de dakrand ook minimaal 60 centimeter zijn.

Wil je het nog eens precies nalezen hoe de overheid dit precies heeft geformuleerd, kijk dan op de site van de Rijksoverheid.

Zonnepanelen installeren

Zelf zonnepanelen plaatsen? Dit moet je weten:

Ben je een beetje handig dan kun je overwegen om zelf je zonnepanelen te installeren. In mijn offerte voor 22 panelen op een plat dak bedroegen de installatiekosten ruim € 1.300,-. Een handige Harry zou dat kunnen besparen. Zo heb je je zonnestroom installatie eerder terugverdiend. Gedeeltelijk zelf plaatsen is ook een keus. Het elektrische deel zou je kunnen uitbesteden en de plaatsing van de panelen zelf doen.

  1. Welke richting? Zonnepanelen plaatsen doe je bij voorkeur op het zuiden (in de richting zuidoost tot zuidwest). Op het westen of oosten is ook mogelijk, maar geeft minder rendement. Dat kan wel betekenen dat je met een kleinere omvormer kunt werken en daardoor weer de investering kunt verlagen.
  2. Op plat dak of schuin dak. Op een schuin dak installeer je de panelen op het dakvlak en is de hellingshoek dus gelijk aan de hellingshoek van het dak. Optimaal is circa 35 graden. Op een plat dak kan je de hellingshoek zelf bepalen. Zorg in elk geval dat er geen schaduw van een paneel op het andere paneel valt. Is wat jammer voor de opbrengst.
  3. Parallel of geschakeld aansluiten? De meeste zonnepaneel systemen zijn in serie geschakeld. Door een seriële schakeling wordt die spanning voldoende opgebouwd. Het nadeel is dat de opbrengst van het hele systeem bepaald wordt door de minst presterende zonnepanelen. Zoals zonnecellen die in de schaduw liggen of die niet goed functioneren. Door groepen van panelen in aparte strings op de omvormer aan te sluiten voorkom je dat één paneel in de schaduw de opbrengst van alle zonnepanelen benadeeld.
  4. Uitbreidingsmogelijkheden. Denk nu al na over eventuele uitbreidingsmogelijkheden. Waar positioneer je je de zonnepanelen en waar kun je in de toekomst meer panelen installeren als je meer gaat gebruiken of extra budget krijgt. Let dan ook even op de omvormer die je kiest. Wil je in de toekomst kunnen uitbreiden, dan is het verstandig om een iets zwaardere omvormer te kiezen zodat je alleen in extra panelen hoef te investeren en niet meer in een extra omvormer. Denk nu al na over eventuele uitbreidingsmogelijkheden. Waar positioneer je je de panelen? En waar kun je in de toekomst meer zonnepanelen installeren, als je meer gaat gebruiken of extra budget krijgt? Let dan ook even op de omvormer die je kiest. Wil je in de toekomst kunnen uitbreiden, dan is het verstandig om een iets zwaardere omvormer te kiezen zodat je alleen in extra panelen hoef te investeren en niet meer in een extra omvormer.
  5. Meterkast. Installeer je panelen met een vermogen van 600 Wp of meer, dan is er een vrije groep nodig in de meterkast. Vertrouw je jezelf niet met elektrisch, schakel hier dan een elektricien voor in.
  6. Elektriciteitsmeter. Zorg ervoor dat je elektriciteitsmeter terug kan draaien, als de zonnepanelen meer energie produceren dan je verbruikt. De opbrengst van de panelen wordt verrekend met je verbruik. Hoe dat gaat, hangt af van het type elektriciteitsmeter. In de praktijk wordt het meest een digitale slimme meter gebruikt. Deze registreert ook hoeveel je teruglevert aan het stroomnet.
  7. Ventilatie van zonnepanelen. Zorg bij installatie van zonnepanelen en omvormer voor ventilatieruimte onder de panelen. Daarmee voorkom je dat de panelen te warm worden en moeite krijgen de optimale hoeveelheid stroom te leveren.
  8. Plaats omvormer. Het is aan te raden de zonnepanelen zo te installeren dat de afstand tot de omvormer zo klein mogelijk is. Daardoor krijg je het minste energieverlies.
  9. Draagconstructie. Controleer ook even of je dak het gewicht van de zonnepanelen kan dragen. Normaal gesproken is dit geen enkel probleem, maar het zou toch vervelend zijn als je de volgende ochtend het daglicht naar binnen ziet komen op de plek waar je gisteren de panelen het geïnstalleerd. Reken bij een plat dak een belasting van 150 kg per m2 voor de installatie van de panelen.
  10. Opbrengst meten. Tenslotte wil je kunnen monitoren hoeveel energie jouw installatie opwekt, om te weten hoeveel geld het bespaart maar belangrijker nog: of er niets vreemds gebeurt. Bij een niet te verklaren energiedip moet er waarschijnlijk iets aangepast worden. Deze software wordt gratis bij de omvormer geleverd en is ook beschikbaar als app op je smartphone.